0

Presentatie: Kunstenaars gaan niet met pensioen

Presentatie: Kunstenaars gaan niet met pensioen
vr 15 november 201916:30 - 18:00
georganiseerd door Donner

Op deze middag wordt het boek 'Kunstenaars gaan niet met pensioen' gepresenteerd, derde en laatste deel van de serie portretten van Rotterdamse kunstenaars.

  • Entree: 16:30 | toegang vrij
  • Locatie: Boekhandel Donner | Coolsingel 129 | Rotterdam

In de eerste twee delen, Rijk ben ik er niet van geworden (1997) en Zestig Plus+ (2007) zijn de kunstenaars, geboren tussen 1903 en 1947, geïnterviewd. Kunstenaars gaan niet met pensioen beschrijft de generatie die geboren is tussen 1948 en 1952.  Dit derde deel is een belangrijke aanvulling en geeft een goed inzicht in de ontwikkelingen van de na-oorlogse generatie Rotterdamse beeldende kunstenaars in de 20e en begin 21e eeuw. 

De naoorlogse generatie heeft een groot aantal kunstenaars met een markante en vaak herkenbare beeldtaal voortgebracht. De meesten zijn gevormd op de Rotterdamse Academie van Beeldende Kunsten en opgeleid door docenten die te zien waren in eerder genoemde reeks. Velen van hen hebben op hun beurt les gegeven op de academie.  Interessant om te zien wat hun invloed is geweest en wat de positieve kentering en waardering ten aanzien van de beeldende kunst in de jaren zeventig als gemeenschappelijke inspiratiebron hieraan heeft toegevoegd. Het heeft zeker de samenwerking onderling en met andere disciplines kunnen bevorderen. Deze kunstenaars, waarvan werk is opgenomen in de Stadscollectie en de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen, die gebruik konden maken van de BKR en andere  subsidieregelingen, hebben inmiddels recht op AOW. Zij zijn ‘met pensioen’, maar kunnen of willen niet stoppen met hun creatieve werk.

Het boek beschrijft niet alleen de artistieke ontwikkeling van deze generatie kunstenaars, maar ook de ontwikkeling van het kunstklimaat in brede zin. Alle kunstenaars in dit boek gaan op een of andere manier in op de ontwikkeling buiten het atelier, op tentoonstellingslocaties, de markt, de galeries, op overheidsondersteuning, op de ontwikkeling van het kunstvakonderwijs e.d. Het boek is dus meer dan alleen een beschrijving van 48 individuele artistieke carrières en oeuvres. Het beschrijft ook de ontwikkeling van de stad Rotterdam als stad waarin beeldende kunst steeds serieuzer werd genomen. Juist in de periode waarin deze generatie kunstenaars tot wasdom kwam, en waarin het verbeterde kunstklimaat ervoor zorgde dat Rotterdam door vele kunstenaars van buiten een goede woon- en werkstad werd bevonden. Het innovatieve kunstbeleid van de Rotterdamse Kunststichting en later het Centrum Beeldende Kunst Rotterdam heeft hieraan in ieder geval een positieve impuls gegeven.

Het is een serie portretten van 48 kunstenaars, opgetekend door middel van vraaggesprekken, geïllustreerd met fotoportretten van Rick Messemaker. Het is een voor Nederland unieke serie over de Rotterdamse beeldende kunstenaars en een tijdsdocument over de veranderingen in het Rotterdamse kunstklimaat van na de oorlog.

Het is een uitgave van Uitgeverij Duo/Duo, wederom tot stand gekomen in samenwerking met Centrum Beeldende Kunst Rotterdam en de Willem de Kooning Academie Hogeschool Rotterdam, dit keer zonder bijdrage van de gemeente Rotterdam. 

Aan deze uitgave is belangeloos meegewerkt door de volgende auteurs: Erik Beenker, Hugo Bongers, Egbert van de Gronden, Anton Hoeksema, Ove Lucas, Peter Ouwerkerk,  Leo Pronk, Henk van Straten, Guus Vreeburg en Hans Walgenbach. Het voorwoord is verzorgd door Jeroen Chabot, directeur van de Willem de Kooning Academie.